Projecten

Projekten

Met Projekten voor groep 5-8 werk je aan wereld oriënterende thema’s én de Friese taal. Projekten bestaan uit een grote talige projectopdracht en niveau-opdrachten op twee differentiatieniveau’s.

Inhoud en didactiek

Acht aansprekende thema’s per leerjaar.
De verschillende Projekten zijn vrij in volgorde te kiezen en gaan over uiteenlopende wereld oriënterende thema’s. Er is altijd een project dat aansluit bij thema’s waar in de klas aan gewerkt wordt.

Kies de projectopdracht: Tram óf Trein.
Een projectopdracht wordt altijd aangeboden in twee vormen: Tram en Trein. De projectopdracht Tram vindt plaats binnen de school en is wat eenvoudiger te organiseren, terwijl projectopdracht Trein zich wat sneller buiten de school afspelen zal in een meer taalechte situatie. Geven de leerlingen bijvoorbeeld een presentatie in de klas of gaan jullie met z’n allen op excursie?

Maak voor het starten van een project een keuze uit projectopdracht Tram óf Trein. Dat kan vanuit de Projekten of op basis van de taaldoelen uit het referinsjeramt Frysk (rrF).

Projectopdracht Tram in het project 'Ut watfoar hoeke waait de wyn?'
Projectopdracht Tram in het project 'Ut watfoar hoeke waait de wyn?'

Check automatisch in op het referinsjeramt Frysk (rrF).
Uitgevoerde projectopdrachten worden automatisch geregistreerd in het referinsjeramt Frysk (rrF). Zo heb je altijd een actueel overzicht van de taaldoelen waar je aan werkt.

Een overzicht van projectopdrachten bij de doelen uit het referinsjeramt Frysk.

Fries leren in functionele taalsituaties (CLIL).
Het uitgangspunt in Projekten is het ontwikkelen van Friese mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden in de context van betekenisvolle thema’s over de wereld om ons heen. Dan werk je aan wereld oriënterende doelen met het Fries als voertaal en dát noemen wij ‘functionele taalsituaties’.

In de projectopdrachten Tram zal het vaak om een functionele taalsituatie in de school gaan, terwijl de functionele taalsituatie in projectopdrachten Trein meer taalechte situaties buiten de school zullen zijn.

Differentiatie

Natuurlijke differentiatie in projectopdrachten.
In een projectopdracht is er altijd aandacht voor meerdere taaldomeinen tegelijk (luisteren, praten, lezen en schrijven). Leerlingen kunnen daarom altijd meedoen op hun eigen niveau. Door leerlingen met verschillende taalniveau’s bewust met elkaar samen te laten werken, zullen ze elkaar op een natuurlijke manier uitdagen om de Friese taal steeds meer en beter te gebruiken.

Breid kennis en woordenschat uit met niveau-opdrachten.
Met niveau-opdrachten verdiepen leerlingen zich zelfstandig verder in het thema van een project. De gele opdrachten zijn voor leerlingen die wat minder thuis zijn in de Friese taal. Meer taalvaardige leerlingen kiezen voor de blauwe opdrachten. Het verschil zit ‘m vooral in de verwerking van de opdracht.

Instructies in het Fries en Nederlands en audiofragmenten helpen de leerlingen om de opdrachten goed te begrijpen.

Niveau-opdracht Geel in het project 'Wêr silsto op traktearje?'
Niveau-opdracht Blauw in het project 'Wêr silsto op traktearje?'

Gebruik ook de Meunstertún.
Naast niveau-opdrachten kan er in Projekten ook gewerkt worden aan Friese woordenschat, spelling en grammatica. Dat doen leerlingen monsterlijk gemotiveerd met de adaptieve game Meunstertún.

Organisatie

Kies voor de vaste projectopbouw of combineer onderdelen tot een eigen aanpak.
Projekten bestaan uit een aantal vaste onderdelen die op verschillende manieren met elkaar te combineren zijn. Een project kan dus helemaal aangepast worden aan de situatie in de klas.

Een project in drie stappen.
In stap 1 introduceer je het project. Bekijk met elkaar de teaser, praat over het thema en verken de projectopdracht. In stap 2 verdiepen de leerlingen zich verder in het thema van het project met de niveau-opdrachten op twee differentiatieniveau’s. Daarnaast kan er gewerkt worden aan woordenschat, spelling en grammatica met de Meunstertún en moet er ruimte zijn voor het voorbereiden van de projectopdracht. De uitvoering en evaluatie van de projectopdracht vindt plaats in stap 3.

OpbouwInhoudOrganisatie
Stap 1
Introductie
Teaser en voorgesprek
Uitleg projectopdracht
Klassikaal
1 lesmoment*
Stap 2
Verdieping en voorbereiding
Acht niveau-opdrachten
Meunstertún
Voorbereiding projectopdracht
Selsstannich
2 lesmomenten*
Stap 3
Uitvoering en evaluatie
Uitvoering projectopdracht
Nagesprek
Evaluatie
Klassikaal
1 lesmoment*

*Eén lesmoment is 45 – 60 minuten. De tijd die een lesmoment kost is natuurlijk afhankelijk van de aanpak en omvang van de verschillende projectopdrachten.

Aanbod voor een volledig leerjaar.
Voor alle leerjaren zijn er acht aansprekende Projekten. Met één lesmoment in de week zou dat neerkomen op een aanbod voor een volledig leerjaar: 8 Projekten x 4 weken (met 1 lesmoment) = 32 weken.

Groepsdoorbrekend werken (in combinatiegroepen).
In projectopdrachten vindt differentiatie op natuurlijke wijze plaats en zouden leerlingen van verschillende leerjaren en taalniveaus heel goed kunnen samenwerken. Kies een project uit één van de leerjaren voor de hele groep en behandel een jaar later een project over hetzelfde thema uit een aansluitend leerjaar.

Evaluatie

Laat leerlingen zelf evalueren.
Leerlingen evalueren in stap 3 zelfstandig de uitgevoerde projectopdracht aan de hand van verschillende ‘ik kan’-beweringen. Zo krijgen leerlingen meer eigenaarschap over het leren van de Friese taal. Deze evaluaties kunnen worden gedaan in het Fries of in het Nederlands.

Een voorbeeld van een evaluatie die leerlingen zelf invullen na een project.

Observeer of leerlingen het Fries beheersen.
Grip is het evaluatiesysteem voor het Fries en biedt verschillende methode-onafhankelijke observatie-instrumenten doe kunnen helpen om een goed beeld te krijgen van de individuele taalontwikkeling van alle leerlingen. In de meeste Projekten worden suggesties gedaan voor bijpassende evaluatie-instrumenten.

Krijg inzicht in wat leerlingen doen onderweg.
Bekijk in het resultaten-overzicht hoe leerlingen werken aan de niveau-opdrachten. Hier zijn ook de evaluaties terug te vinden die de leerlingen in stap 3 van een project hebben ingevuld.